Cartesius 2 (kortweg C2) is een nieuwe school in Amsterdam voor VWO+ en Havo. De school is in 2016 gestart met 90 leerlingen en wil uitgroeien tot maximaal 700 leerlingen in 2021. De school noemt zichzelf eigenzinnig en innovatief. Deze twee woorden maken mij nieuwsgierig. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Wat levert het leerlingen en docenten op? Wat maakt dat een leerling zegt: “Het voelt niet als school.” Ik sprak hierover met Martijn Meerhoff, rector van Cartesius 2.

Het voelt niet als school

Martijn erkent dat het onderwijs op Cartesius 2 afwijkt van het beeld dat leerlingen doorgaans hebben van school. Kenmerkend voor Cartesius 2 is: twee lessen van 2,5 uur op een dag. Twee docenten op een groep. Geen boeken. Veel samenwerken. Realistische opdrachten uitvoeren, deels buiten de school. Discussiëren. Zelf meningen vormen.

Tegelijkertijd plaatst Martijn hier een kanttekening bij: “Ik vind die uitspraak van de leerling heel erg mooi, maar het is wel een uitspraak die een grens kent. Het is ergens namelijk wel school. We werken gewoon met kerndoelen en eindtermen. En daar waar stampen en automatiseren nodig is, doen we dat gewoon. Zeker bij de kernvakken.

Eigenzinnig ontwerp

Cartesius 2 heeft tot doel de leerlingen een bredere en diepere basis mee te geven dan op het reguliere VWO. Om daar te komen staan twee vragen centraal:

  1. Wat is het aanbod dat leerlingen tussen 12 en 18 jaar moeten krijgen?
  2. En waar zou het aanbod sterker en anders kunnen zijn dan op traditionele scholen?

Martijn laat zich inspireren door de brede bacheloropleidingen van universiteiten. Daar is brede en academische vorming belangrijker dan een specifiek vak leren. Studenten denken meer vanuit samenhang, ontwikkelen metacognitieve vaardigheden en vormen een mening over van alles en nog wat. Naar dat niveau wil Martijn zijn C2-leerlingen brengen. Vandaar VWO+.

Ik wil dat een leerling aan het eind van deze school het NRC van A tot Z kan lezen, inclusief wetenschapskatern en kunstbijlage.

Daarvoor legt het team de lat hoog. De school zet in op digitale vaardigheden, filosofie, onderzoekmatig werken, Engelse taalvaardigheid en een brede academische vorming op het vlak van Liberal Arts and Sciences.

Pak je vrijheid

Het eerste wat nieuwe docenten op Cartesius 2 leren, is het loslaten van methodes. Docenten ontwerpen hun eigen modules: interdisciplinair en in duo’s. “Je hebt zoveel vrijheid, zeker in de onderbouw. Doe er wat mee. Ga iets doen waarmee je leerlingen prikkelt. Los van boeken.

Dat betekent dat Martijn op zoek is naar innovatieve en eigenzinnige docenten. “Ik heb geleerd dat niet iedere docent een goede ontwikkelaar is, en dat het zeker ook andersom geldt.

In zijn aannamebeleid let hij daarom op drie zaken:

  1. Didactische opvattingen: wat zijn jouw ideeën over en ervaringen met formatieve assessment en metacognitieve vaardigheden?
  2. Ontwikkelcapaciteit: welke associaties roept bijvoorbeeld een module met als thema ‘Het heelal’ bij je op? Qua kerndoelen, onderwerpen, leeractiviteiten, assessment, enz.?
  3. Interdisciplinair werken: welke kruisbestuivingen zie je met andere vakken?
Innovatief omgaan met tijd

Het bouwen van een nieuwe school is veel werk. “Maar we nemen expliciet mee in onze aanpak hoe we het zo kunnen opzetten dat de werklast van docenten zo minimaal mogelijk blijft.

Martijn noemt in ons gesprek enkele voorbeelden:

  • docenten ontwikkelen samen een module
  • co-teaching: twee docenten op een groep (à 56 leerlingen)
  • geen toetsweken en rapportvergaderingen
  • teamvergaderingen van max. 45 minuten
  • veel ruimte voor themaoverleg.

Om de vaart erin te houden werkt Martijn met een ontwerpcyclus van twee jaar. Na twee jaar moet een module staan, qua kerndoelen, onderwerpen en leerdoelen. Kleine aanpassingen zijn dan nog wel mogelijk, zeker als de actualiteit daarom vraagt. “Leg jezelf geen standaarden op die ik je niet opleg”, zegt Martijn indien nodig tegen zijn docenten.

Innovatief onderwijs voor eigenzinnige leerlingen

Het onderwijsprogramma is opgebouwd in modules. Iedere module duurt 8 tot 9 weken. In de modules staan ‘grote vragen’ centraal. Bij het vak economie gaat het bijvoorbeeld niet om het huishoudboekje van de leerling maar om armoede in de stad Amsterdam. “Een kind voelt zich veel serieuzer genomen als het thema’s over de grote vragen krijgt aangereikt. En het zet je luiken open voor de buitenwereld.

Door te werken aan dit soort thema’s kweek je volgens Martijn leerlingen die analytisch zijn en een behoorlijk moreel kompas hebben. Die duidelijke opvattingen en waarden hebben over maatschappelijke issues en weten hoe zij zichzelf daartoe verhouden.

Aan dit laatste draagt de module Service Learning ook bij. Dit idee heeft Martijn overgenomen van Internationale Scholen. Vanuit leerdoelen zetten leerlingen zelf activiteiten op. Samen met organisaties in de buurt, zoals een buurthuis of verzorgingshuis. Hierdoor maakt de leerling zich dienstbaar voor zijn medemens.

Vanaf leerjaar 2 volgt de leerling keuzemodules. Deze modules hebben tot doel om leerlingen te laten ontdekken waar hun interesses liggen. Reflecteren op die keuzes hoort daar ook bij. Soms volgt de leerling in plaats van een keuzemodule deficiëntie onderwijs. In dat geval haalt de leerling zijn achterstand voor een vak in door het volgen van extra lessen voor dat vak. Dat kan bijvoorbeeld voor wiskunde, Nederlands, Engels en Spaans.

Groei van het team

Hoe neem je nieuwe docenten mee in de lopende ontwikkeling? Een uitdaging voor iedere school in opbouw. Martijn vertelt dat zijn strategie drieledig is.

Je kunt niet in augustus voor het eerst komen opdagen.” Nieuwe docenten laat hij voor de zomer al meelopen bij Cartesius 2. Op momenten dat ze vrij zijn op hun huidige school. Zo krijgen docenten een beeld van wat er gebeurt, leggen contacten met collega’s en voeren bij de koffie alvast het gesprek.

Daarnaast biedt het concept van co-teaching een ideaal landingsmiddel. Nieuwe docenten staan als duo voor de klas en zien van iemand met praktijkervaring hoe het concept werkt. Dit principe geldt tevens voor docenten in opleiding daar Cartesius 2 een opleidingsschool is.

Richting toekomst

De onderbouw is nog volop in ontwikkeling. Evaluatie vindt plaats op microniveau. Na iedere module is er een schriftelijke evaluatie. Deze vorm van evaluatie heeft Martijn overgenomen van de universiteit. In deze evaluaties geven leerlingen terug dat zij het programma zwaar vinden. Soms is de balans in piekbelastingen zoek. Zeker als leerlingen drie zware modules in een periode hebben. Over twee jaar staat de evaluatie van de gehele onderbouwperiode gepland.

De school kijkt ook vooruit. Voor de bovenbouw maakt Martijn eerste schetsen. De uitdaging is om het midden te vinden tussen de projecten enerzijds en het toewerken naar het eindexamen anderzijds. Want Martijn wil dat zijn leerlingen succesvol kunnen doorstromen naar het hbo en de universiteit.

Wie weet is er in de toekomst dispensatie mogelijk voor het eindexamen als je kunt aantonen dat het niveau van het onderwijs en de toetsing voldoende is. Tot die tijd betekent het concessies doen. “Ons streven is om minimaal 50% van de bovenbouw naar onze eigen onderwijskundige ideeën in te richten.

De drie tips van Martijn

Voor collega-schoolleiders die de kans krijgen om een nieuwe school te ontwerpen, heeft Martijn drie tips:

Tip 1: Verdiep je in de ruimte die je hebt. Wacht niet tot de politiek met experimenteerruimte komt. Want eigenlijk is er al heel veel mogelijk.

Tip 2: Begin met loslaten van de methodes. Doe ze gewoon ergens de deur uit. Misschien niet voor het hele curriculum, maar doe het wel voor een deel. Het roept voor de docent zowel veel vragen als ruimte op. De vragen zorgen ervoor dat de docent zijn eigen professionele autonomie terugpakt. De ruimte zorgt ervoor dat hij met die autonomie zelf iets ervan moet maken.

Tip 3: Zorg ervoor dat je de docenten opleidt in de logica van backwards design. Dus vanuit leerdoelen een stuk curriculum ontwerpen, inclusief assessmentpraktijken, materialen en onderwijsvormen.

“Als een ouder me vertelt ‘Ja mijn kind spreekt nu ’s avonds aan de eettafel over de verkiezingen en andere thema’s die je je niet voor mogelijk houdt van een kind van 12’, dan wordt ik wel heel trots.”