Wat doe je als je niet tevreden bent over de opbrengst van de stage? Dan gooi je het roer om dacht men op Rotterdams Vakcollege de Hef. En bedenk je iets anders. Zeker als je toch al dingen moet veranderen door de vernieuwing vmbo. Van stagelopen naar leren op de werkplek. Een nieuwe aanpak waarmee je de stage opbrengstgericht maakt. En laat aansluiten bij het nieuwe onderwijsprogramma in de bovenbouw. Zo zag het initiatief ‘de Bedrijvencarrousel’ het licht. Het verbinden van binnen- en buitenschools leren in de bovenbouw. Door eerst het kader te scheppen. Wat is onze visie op buitenschools leren? Gevolgd door verkennende gesprekken met diverse bedrijven in de regio. Die wel wat zien in het plan. Dus nu is het tijd om met z’n allen door te pakken.

Rotterdams Vakcollege de Hef is een vmbo-school die haar leerlingen opleidt tot vakmannen en – vrouwen van de toekomst. Voor branches waar werk in te vinden is. De school is gevestigd in Rotterdam-Zuid (‘op Zuid’), op het kruispunt van drie krachtwijken: Hillesluis, Bloemhof en Afrikaanderwijk. In een prachtig gebouw met goed ingerichte theorie- en praktijklokalen. Waar onderwijs gemaakt wordt samen met leerlingen, ouders en andere partners. Ik sprak met Iko Doeland, afdelingsleider van het 2e en 4e leerjaar vmbo. Hij is samen met LOB-expert Anton Brand de drijvende kracht achter de Bedrijvencarrousel.

“Leerlingen die op het laatste moment nog geen stageplek hebben”, vertelt Iko, “en geen idee hebben hoe ze die alsnog gaan vinden.” Daar liep de school ieder jaar weer tegenaan. Of bedrijven die wel stageplekken aanbieden maar niet precies weten wat de school van hen verwacht. Waar leerlingen werkzaamheden uitvoeren die niet aansluiten bij het onderwijsprogramma. Mede veroorzaakt door het ontbreken van goede stageopdrachten. Ook reflectie op de stage bleef achterwege. Wat leer je er dan echt van? “Voldoende dagen stagelopen was eigenlijk het enige criterium”, aldus Iko.

Dat moet anders, dacht men op RVC de Hef. Op de Hef vormt LOB de ruggengraat van het onderwijs. Daar LOB in de nieuwe examenprogramma’s een centrale plek inneemt, was het voor de school niet meer dan logisch om de stage anders te organiseren. Van stagelopen naar leren op de werkplek. Of zoals een collega van Iko het verwoordde: “We verplaatsen simpelweg het klaslokaal.” Het idee van de Bedrijvencarrousel was geboren. “Het is te vergelijken met een dartbord”, vertelt Iko. “De verschillende vakken staan voor leerlingen die in tweetallen op stage gaan binnen een vaste groep bedrijven.” Om de vier weken is er een terugkomdag op school. Na die dag schuiven de leerlingen door na het volgende bedrijf. Het programma voor de terugkomdag is nog volop in ontwikkeling. Wat in ieder geval vaststaat, is dat het betekenisvol moet zijn, en ruimte biedt voor portfolio en reflectie.

De school zet bij de Bedrijvencarrousel in op meervoudig partnerschap. De bedrijven bieden niet alleen stageplekken aan leerlingen maar ook aan docenten (docentenstages). Verder betrekt de school de bedrijven bij het ontwerpen van goede stageopdrachten (co-creatie). Opdrachten die aansluiten bij de nieuwe examenprogramma’s. “Doordat we precies weten welke opdrachten de leerlingen op iedere stageplek uitvoeren, is tijdens de terugkomdagen naast individuele ook groepsreflectie mogelijk,” vertelt Iko. “Misschien kunnen bedrijven op termijn ook iets van gastlessen op de terugkomdag verzorgen”, vervolgt Iko zijn verhaal. De nieuwe elementen, en de oude elementen in een nieuw jasje, maken van de Bedrijvencarrousel een stage 3.0. De leerlingen werken aan opdrachten in de echte praktijk en maken tevens kennis met diverse bedrijven.

Voor partnerschap met bedrijven is een win-win situatie nodig. Iko legt uit: “We creëren win-win door het gesprek met de bedrijven als volgt in te steken: zie onze leerlingen als jouw toekomstige werknemers.” De school start komend schooljaar met de Bedrijvencarrousel in de profielen PIE en BWI. Hiervoor werft de school momenteel acht partners. De eerste verkennende gesprekken met de bedrijven zijn geweest. De andere profielen (Zorg & Welzijn en Economie & Ondernemen) zitten niet stil. Zij haken waar mogelijk al aan bij het gedachtegoed. Ieder op z’n eigen manier en tempo, wel passend binnen de visie van de school op buitenschools leren.

Het draaiend krijgen van de Bedrijvencarrousel vraagt om met het hele team de schouders eronder te zetten. ‘Niet lullen maar poetsen’ zoals ze in Rotterdam zeggen. Iko noemt in ons gesprek enkele voorbeelden: geschikte bedrijven aan je binden, samen praktijkopdrachten ontwerpen, docenten opleiden tot stage loopbaancoaches, het juiste programma voor de terugkomdagen, enz.

De contacten met mogelijke partners in de regio zijn eerst op strategisch niveau ingezet. De schoolleiding heeft startgesprekken gevoerd met de Club van Rotterdam. Deze gesprekken werden al snel gevolgd door bezoeken aan en gesprekken met potentiële partners. In de loop van de tijd zal de samenwerking met bedrijven op meerdere lagen in de organisatie geborgd dienen te worden. “Het kader voor de Bedrijvencarrousel ligt er, nu moeten de docenten aan de slag,” aldus Iko. Hierbij maakt de school bewust geen onderscheid tussen praktijkdocenten en docenten van AVO-vakken.

De school maakt bij de Bedrijvencarrousel handig gebruik van lopende initiatieven in de stad. Bijvoorbeeld JINC, Champs on Stage en het LOB-traject Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Het motto van laatstgenoemd programma luidt: Gaan voor een baan; kiezen voor vakmanschap in de zorg en de techniek. LOB is daarbij één van de middelen om jongeren in Rotterdam Zuid naar werk te leiden in de haven, techniek en zorg. Dit sluit goed aan bij de visie van RVC de Hef: voor haar leerlingen de kans op werk groter maken.

Interesse om aan de slag te gaan met het gedachtegoed van de Bedrijvencarrousel? Dan volgen hier drie waardevolle tips van ‘praktijkexpert’ Iko Doeland.

  1. Formuleer een visie op buitenschool leren. RVC de Hef gebruikt hiervoor het Lemniscaatmodel als basis.

Met horizontaal de plek van het leren en verticaal de inhoud van het leren. Op het snijvlak staat de terugkomdag. Deze koppelt schools en buitenschools leren aan elkaar.

2. Organiseer terugkomdagen met betekenisvolle inhoud. Bij RVC de Hef kijken de leerlingen op de terugkomdag zowel terug als vooruit. Zij verzamelen ervaringen voor hun portfolio en reflecteren daarop. Door het delen van die ervaringen bereiden de leerlingen elkaar voor op de volgende leerwerkplek. Iedere leerling is immers een ervaringsdeskundige voor een bepaalde leerwerkplek.

3. Neem een onderzoekende houding aan. Begin en werk het gaandeweg uit. Kijk wat er mogelijk is, probeer iets uit en pas het aan als het niet werkt. Dit thema stond centraal in een aflevering van Koot’s Kwesties getiteld Hoe flinterdun is jouw veranderplan?’ Deze aflevering gemist? Klik dan hier.