Het vmbo voor Sport & Dans is inmiddels een begrip in Rotterdam. De school is ontstaan door het samenvoegen van twee vmbo-locaties van Thorbecke Voortgezet Onderwijs. Voor een nieuwe doelgroep: leerlingen met basis-kaderniveau die affiniteit hebben met sport en dans.

Een nieuwe doelgroep betekent een nieuw onderwijsconcept. Onderwijs dat past bij leerlingen die nog geen 10 minuten stil kunnen zitten. Hoe dat eruit ziet, heeft het team verwoord in het visiestuk Van woorden naar daden. Een titel die past in de Rotterdamse context. Ik heb vanuit onderwijsbureau &KOOT de school daarin mogen begeleiden. Het visiestuk vormt de basis voor alle ontwikkelingen binnen de school. Een daarvan is de finaleweek. Ik sprak hierover met Rens Riekwel, afdelingsleider onderbouw.

Wat is de finaleweek?

“De finaleweek is de week waarin we het reguliere rooster los laten”, begint Rens zijn verhaal. Hierdoor komt er ruimte voor andere vormen van onderwijs. Voor het uitvoeren van keuzeprojecten bijvoorbeeld. In veel projecten zit een excursie ingebouwd. “Want dat was wat leerlingen aangaven in het aanvoerdersoverleg. Zij misten het uit de school gaan.”

Nu gaan de leerlingen iedere finaleweek op pad. De bestemming is afhankelijk van het project dat de leerling gekozen heeft. Naar de Kuip, het stadhuis, het Belasting- en douanemuseum, Naturalis, Boijmans van Beuningen, enz.. Via Facebook houdt de school de ouders op de hoogte van wat er allemaal gebeurt op zo’n dag.

Of er komen gastdocenten de school in. Zo zijn leerlingen bij projecten begeleid door een rapper, dichter en chef-kok. Verder is een sport- of danselement vaste prik in de finaleweek. Hoe kan het ook anders op een vmbo voor Sport & Dans!

     

 Magisch Realisme in Boijmans van Beuningen         Bezoek aan de Kuip

LOB in de onderbouw

De finaleweek biedt tevens ruimte voor het voeren van loopbaangesprekken. Alle docenten zijn daarbij betrokken. Iedere docent is geschoold in het voeren van deze gesprekken. “Ik zie het als een goede marker voor de mensen: finaleweek dus ik moet mijn gesprekken plannen.”

De school heeft er bewust voor gekozen om LOB vanaf leerjaar 1 in te voeren. Het is onderdeel van de onderwijsvisie. Als leidraad gebruiken docenten de boeken uit de doorlopende leerlijn van de Educatieve Uitgeversgroep

De leerling houdt vanaf leerjaar 1 een portfolio bij. Hierin verzamelt hij tijdens de finaleweek dingen waar hij trots op is. Maar ook buiten de finaleweek zijn leerlingen alert hierop. Drie keer per jaar voert de leerling een loopbaangesprek. Dit gesprek bereidt de leerling zelf voor, en achteraf maakt hij zelf een gespreksverslag. “Leerlingen zijn blij met deze gesprekken. Het helpt hen bij het maken van keuzes, zoals de profielkeuze in leerjaar 2.”

Durven experimenteren

Geïnspireerd door het visiestuk Van woorden naar daden sprak het onderbouwteam drie jaar geleden als wens uit: laten we eens experimenteren met een week zonder (regulier) rooster. Gewoon als pilot, in leerjaar 1 starten met een groep enthousiaste docenten.

In het teamoverleg kregen zij de ruimte om hun ervaringen te delen. “Daardoor was de finaleweek voor de overige docenten niet volledig onbekend terrein. Zij hadden natuurlijk hun ogen niet in hun zak, en zagen heus wel wat er in leerjaar 1 allemaal gebeurde. Collega’s werden echt nieuwsgierig.”

In het jaar daarna is de finaleweek uitgebreid naar leerjaar 2. Docenten uit de pilotgroep stroomden door naar leerjaar 2. En andersom, team leerjaar 1 kreeg er nieuwe leden bij. Bij de doorontwikkeling konden Rens en zijn collega-afdelingsleider Poldi van den Wildenberg gebruik maken van het onderling uitwisselen van expertise. In dat jaar werd LOB ook onderdeel van de finaleweek.  

Ontwerpweekend finalaweek

   Ontwerpmiddag finaleweek

Van experiment naar vast onderdeel

Naast collegiale hulp, heeft het team de hulp van onderwijsbureau &KOOT ingeroepen. Vragen die aan bod kwamen: Hoe ondersteun je leerlingen in het maken van keuzes? Hoe begeleid je projecten? Hoe beoordeel je competenties? Hoe evalueer je de finaleweek met leerlingen?

“Door mee te lopen tijdens de finaleweken, feedback te geven op wat je zag, kritische vragen te stellen en nieuwe mogelijkheden aan te reiken.” Dit noemt Rens als hij terugkijkt op mijn ondersteunende rol in het ontwikkelen van de finaleweek tot wat het nu is. De finaleweek draait nu in de hele onderbouw (en sinds dit jaar in aangepaste vorm in de bovenbouw). Alle vakken en docenten doen mee in de keuzeprojecten. Loopbaangesprekken vormen een vast onderdeel in de week.

Experimenteren vraagt om evalueren

De eerste finaleweek heeft Rens gedacht: laten we maar kijken waar mensen mee komen. Gaan we daarna wel evalueren om te kijken wat scherper en beter kan. Want dat is iets wat het team structureel doet. Iedere finaleweek evalueren. Met elkaar en met leerlingen.

In de eerste finaleweek was het aantal onderwerpen nog beperkt. Daardoor kregen sommige leerlingen hun vijfde keuze toegewezen. Niet verwonderlijk dat dit terugkwam in de leerlingenevaluatie: probeer meer rekening te houden met onze eerste of tweede keuze.

“Hoewel, andersom ook voor komt. Leerlingen die niet hun eerste keuze kregen, maar achteraf zeiden: nou, het onderwerp had ik nooit gekozen maar ik heb mij hartstikke goed vermaakt en een hoop geleerd.”

Iedere evaluatie levert mooie input op om de finaleweek verder te perfectioneren. Zo bleek dat docenten het soms moeilijk vinden om bij nieuwe projecten vooraf in te schatten hoelang leerlingen met de opdrachten bezig zijn. Soms gaan opdrachten sneller, soms is er tijd te kort. Dit heeft het team pragmatisch opgelost. Iedere finaleweek bevat standaard twee ‘uitloopuren’, die je als docent vrij kunt inzetten.

Opbrengst evaluatie docenten

   Opbrengst evaluatie docenten

Werken aan competenties

Iedere finaleweek heeft een thema. Deze heeft raakvlakken met sport, dans en de wereld om de leerling heen. Binnen het thema ontwerpen de docenten hun projecten. In het visiestuk Van woorden naar daden staan zes competenties benoemd. Competenties die de school in vier jaar wil ontwikkelen bij de leerlingen. Hieruit heeft het onderbouwteam er twee gekozen: samenwerken en presenteren.

“Het gaat echter niet alleen om enthousiast zijn, maar ook om iets leren.” Het team heeft als hulpmiddel voor zichzelf en de leerlingen skill-kaarten ontwikkeld. Zo weten de leerlingen precies waarop zij beoordeeld worden. “Leerlingen kunnen heel goed benoemen wat ze geleerd hebben. En wat zij volgende keer willen oppakken.” Dit vraagt wel om goede afstemming tussen docenten. Want de leerlingen kiezen de volgende finaleweek weer voor een ander project, en dus voor een andere docent.

Klaar voor de kick-off

   Klaar voor de kick-off

Kop-romp-staart

De finaleweek begint met een kick-off. Hierin komt het thema van de week terug. Gedurende de week komen de leerlingen in situaties waar zij normaal niet zo gauw komen. Dit zorgt voor mooie bijvangsten, zoals vindingrijkheid of zelfstandigheid. “Voor onze kinderen heel belangrijk. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de leerling die in Den Haag op de goede trein stapt, waar zijn klas al in zit, op weg naar Leiden. Ouders, kind en mentor die elkaar via de app helpen.”

Ieder project sluit de leerling af met een presentatie. De vorm verschilt per project. Rens noemt een aantal voorbeelden uit de afgelopen 2,5 jaar waarop hij echt trots is: prachtige gedichten, opnames van raps, bereiden van zelf bedachte recepten, sollicitatiegesprekken voeren bij de rector, locatiedirecteur en afdelingsleiders. “Brieven en gesprekken die zo goed waren, dat ik het jammer vond dat ik geen vacature had.”

      Voorbeelden van eindproducten

   Voorbeelden van eindproducten

Rol van afdelingsleider

De finaleweek vraagt een andere rol van Rens als afdelingsleider. “Je moet de balans zoeken tussen structuur bieden enerzijds, en ruimte geven aan docenten anderzijds. Het moet hun week zijn. Als je het van tevoren te veel gaat inkaderen, belemmer je mensen ook in hun denken.”

In zijn rol is Rens gaandeweg gegroeid. Het eerste jaar was hij zelf nog van alles aan het organiseren: welke mensen, ruimtes en materialen zijn er nodig. Nu laat hij dat over aan het team. Na het stellen van de vraag ‘Goh, wie hebben er zin om zich meer te bemoeien met de organisatie?’ hebben twee docenten deze taak nu van hem overgenomen.

Blik op de toekomst

Inmiddels draait de finaleweek voor het derde jaar. “Het kost veel energie, maar je krijgt er ook veel energie voor terug.” Rens kijkt vooruit naar de toekomst. Hij heeft twee wensen.

“Ik wil graag dat de lessen in de onderbouw buiten de vier finaleweken ook meer deze vorm krijgen.” Hij is ooit samen met Poldi dit experiment aangegaan om docenten kennis te laten maken met andere vormen van lesgeven. Zelf laten ontdekken waar ze goed in zijn en wat er mogelijk is. De tijd is nu rijp om dit verder uit te breiden.

Zijn tweede wens is recht doen aan het visiestuk Van woorden naar daden. De finaleweek gelijktijdig in leerjaar 1 t/m 4. Maar met een eerste stap is hij ook al tevreden. Docenten uit de bovenbouw die projecten draaien met leerlingen uit de onderbouw.

   Fietstocht langs brandgrens van Rotterdam

De drie tips van Rens

Voor collega’s die finaleweken willen invoeren, heeft Rens drie tips:

  1. Zorg ervoor dat iedereen achter het idee staat. Dat iedereen mee wil doen. Geef mensen de ruimte om (tot in zekere hoogte) hun eigen tempo te bepalen. Er zijn altijd collega’s die moeten wennen en eerst aan de zijlijn staan. Door te werken met een pilot kun je het experiment gaandeweg uitbouwen.
  2. Zorg voor succeservaringen. Door zowel tijdens als na de finaleweek zelf en met het team te benoemen wat er goed loopt.
  3. Faciliteer projecten financieel. Zorg voor een apart budget en haal het niet van het budget van een leergebied af. Het budget hoeft niet onbeperkt te zijn. Dan worden docenten creatief en ontdekken wat er allemaal gratis kan.

En als bonus:

“Laat je verrassen! In deze vorm van leren ga je letterlijk je boekje te buiten.”