Editorial

Je zit in je werkkamer en staart uit het raam. Je bent dit schooljaar vol goede moed begonnen aan een verandertraject. Je hebt daarvoor een heuse ontwikkelgroep in het leven geroepen. Zorgvuldig afgewogen welke LD-functionarissen deze klus moeten klaren. In de jaartaak van deze collega’s heb je keurig taakuren opgenomen. En toch, toch merk je dat het verandertraject niet op gang komt. Eigenlijk zit het muurvast. Hoe nu verder?

Deze vraag kreeg ik van een schoolleider. Mijn eerste vraag aan hem is: “Durf je los te komen van functies en taakuren?” Op deze vraag antwoordt hij schoorvoetend ‘ja’. Vervolgens vraag ik hem: “Noem nu eens spontaan de talenten en interesses van je docenten op. Hij reageert: “Waarom?” “Heel simpel”, zeg ik, “ als je dat kunt, weet je precies welke collega’s eigenlijk in die ontwikkelgroep horen. En dat jij die collega’s niet hoeft aan te wijzen. Maar dat zij uit zichzelf naar voren stappen als jij de juiste vraag aan jouw team stelt.”

Hoe zit dat bij jou? Weet jij wat goed is voor jouw team? Of komt jouw team juist met goede ideeën? En heb jij dan de moed om hen de ruimte te geven om deze ideeën uit te voeren? Zodat collega’s zelf aan de slag gaan, op basis van vertrouwen. En dat jij alleen doet wat je toch al gewend bent te doen: interesse tonen in je mensen. En hoe zit dat bij teamoverleg, wie geef jij dan de ruimte? De jonge collega met goede ideeën, of de oude rot die rap van tong is?

Nu ben ik zelf niet zo van de theorie. Maar het schijnt dat hiervoor een mooie term bestaat: Gedeeld leiderschap. Even googelen levert mij de volgende omschrijving op:

Binnen scholen ligt de leiderschap niet alleen bij de schoolleider. Ook teamleden kunnen op een bepaald thema leiderschap hebben. Dit leiderschap baseert zich op expertise of talenten.

Bij dat laatste veer ik op. Werken met talenten is ‘zeg maar echt mijn ding’. Daar mag je mij ’s nachts voor wakker maken. Ik geloof er namelijk heilig in dat mensen tot veel meer in staat zijn als zij hun talenten kunnen inzetten. Niet als eenling, maar samen met anderen. Net als in de sport. De topscorer kan alleen scoren als een medespeler hem de perfecte assist geeft. Of op zijn Cruijffiaans: “Alleen kan je niks, je moet het samen doen.”

Dit betekent dat je als leidinggevende soms in de dug-out blijft zitten. Dat valt niet mee. Want het is toch jouw taak om ervoor te zorgen dat de overwinning, en het liefst ook het kampioenschap behaald wordt? Dat klopt. Alleen jij bent de coach en staat langs de lijn. De spelers in het veld zullen het moeten doen. Met aanmoedigingen, en op het juiste moment een time-out. Koppen bij elkaar voor tactische aanwijzingen. En daarna je spelers weer met vertrouwen het veld in sturen. Dat zij de taak kunnen klaren, met en vanwege hun talenten.  

Durven loslaten. Daar is moed voor nodig. Weer even terug naar de schoolleider uit het begin. Ja, het is hem gelukt om het verandertraject in zijn school vlot te trekken. Hij zet daarbij zijn geheime wapen in. De leerlingen van zijn school. Dat is de laatste tip die ik hem gaf. Zie je leerlingen niet als bezoekers van je school. Maar geef hen een plek in de ontwikkelgroep. Een mooie vorm van leerlingparticipatie (om er maar weer een term in te gooien). Laatst zei hij tegen mij: “Ik merk dat leerlingen expert zijn. Expert in het benoemen welk onderwijs hen motiveert. En wat zij een goede docent vinden. En dat zij daar echt graag over willen praten met ons.”

Eigenwijs leiderschap. Dat is het thema dat ik heb gekozen voor deze E-zine.

Durf jij je kop boven het maaiveld uit te steken?

Veel lees- en kijkplezier!

Marianne

QUOTESenzo

BOEKchat: Factor MOED!

Factor MOED! gaat over durven doen waarin je gelooft en waar je voor staat. Over keuzes maken waar moed voor nodig is. Over moedig leiderschap. Om niet te kiezen voor een risicoloos ‘nee’, maar om ergens volmondig ‘ja’ tegen te zeggen. Terwijl je vooraf weet wat de consequenties zijn en deze gewoon accepteert. Moed is een besluit, een daad. Niet meer ‘ik wil’ of ‘ik zou’ maar ‘ik ga’. Dat vraagt om volharden, zelfs als je alleen staat. Je rug rechthouden, ook als de belangen groot zijn. Vandaar de ondertitel van het boek: durven kiezen en volharden in BV Nederland. Een boek met veel praktijkvoorbeelden en handvatten om je eigen moed-factor te versterken.

Moedig vergaderen

Marinka Lipsius schreef het boek samen met Remco Claassen. Het bestaat uit drie delen. Deel een is een verkenning van het begrip moed. Daar ik niks met theorie heb, richt ik mij liever op een praktijkvoorbeeld uit dat deel. Over hoe het werkt met moed en angst in vergaderingen. Hoe komt het toch dat je sommige dingen niet tijdens de vergadering durft te zeggen, maar wel achteraf bij het koffieautomaat? Of dat je dingen tijdens een vergadering niet op de spits durft te drijven, maar juist consensus zoekt. Ook al voel je aan je water dat er dingen niet kloppen. “Maar hé, ik ga niet in mijn eentje mijn nek uitsteken.”

Ga voorwerken

Het advies van Lipsius is kort en krachtig. Ga voorwerken. Denk na of je een goed punt hebt, spreek van tevoren met mensen, zoek allianties en houd bij het inbrengen tijdens de vergadering oogcontact met hen. Zeker als de sfeer in een organisatie onveilig voelt. Dat je het stempel lastig, kritisch of oncollegiaal krijgt, als je iets ter sprake brengt. Dan toch je punt maken, dat vraagt om moed. En als er eenmaal iemand is die de moed heeft iets te doorbreken, volgen er meer. In die zin is moed ook echt een factor in wiskundige zin: het is aanstekelijk en vermenigvuldigt zich. Vandaar de titel van het boek: factor MOED!

IK-ologie als nieuwe studie

Echt interessant vond ik het pas worden in deel 2, geschreven door Remco Claassen. Lekker praktisch. Hij schrijft zoals hij praat: scherp, humoristisch en beeldend. Enkele voorbeelden: kwispeldiagnostiek als metafoor voor zelfreflectie (hoe staat je staart erbij?), de bruine broek als metafoor voor de factor moed, en mijn persoonlijke favoriet IK-ologie (of in zijn geval Remcologie). Een prachtige studie waarmee je leert ontdekken wat jouw drijfveren zijn. Wat vind jij belangrijk? Ik pas deze ‘studie’ vaak toe in scholen. Door leidinggevenden en docenten de vraag te stellen: Waarom kom jij ’s morgens graag jouw bed uit om richting dit gebouw te gaan en met deze leerlingen te werken? Dat levert altijd prachtige antwoorden op.  

Moedig leiderschap

In het derde deel van het boek vertelt Lipsius wat er nodig is voor moedig leiderschap. Ten eerste: weet als leider waar je voor staat. Ten tweede: zie de mensen om je heen niet als figuranten. En als laatste: denk niet te veel in tegenstellingen. Maar durf de grenzen van het ‘wij’ op te rekken en zo nodig een nieuw ‘wij’ te formuleren.

Lipsius noemt dit: “Stevig op de kern, flexibel in de uitvoering.” Durf te constateren dat niemand wijzer wordt van getouwtrek over feiten. Beweeg in de uitvoering bewust mee. Om een patstelling te doorbreken. Zet in op ‘We willen allemaal een oplossing’. Stel de vraag ‘Waar wringt de schoen nu echt?’. Bedenk tot slot een oplossing die recht doet aan het nieuwe ‘wij’. Je kunt je doel immers op 1001 manieren bereiken. Kies daarbij niet voor een compromis, maar voor de beste oplossing.

In moedig leiderschap kun je jezelf trainen volgens Lipsius. Gewoon door dagelijks iets aan te pakken waar je eigenlijk tegenop ziet. Want moed definieer je niet zelf. Dat doen de mensen om je heen.

VIDEOfavorieten: The Ball Girl

Soms hebben mensen een verborgen talent. Zoals ‘the ball girl’ in deze video. Zij ontpopt zich tijdens een honkbalwedstrijd als een leider. ‘The leader of the match’ wel te verstaan.

Zij ziet een mogelijkheid waar anderen het al opgegeven hebben; de catchers in het veld, de stadionspeaker, het publiek. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Zij doet op het juiste moment de juiste move. Want leiderschap begint altijd bij jezelf. Het staat los van positie.

De doe-direct-tip: Maak met één woord het verschil!

Veel mensen doen iets, niet omdat ze het willen. Maar omdat zij vinden, of nog erger, anderen voor hen vinden dat het gedaan moet worden. Terwijl iets moeten juist energie kost, en iets willen energie geeft. Hoe zit dat bij jou?

  • Moet je aan kwaliteitszorg doen? Of wil je dit omdat je benieuwd bent naar het effect van wat je doet?  
  • Moet je naar een overleg? Of wil je dat omdat je dan collega’s spreekt, en iets aan hen kunt voorleggen?

Hou eens een dag bij hoe vaak je moeten of willen zegt. Wat valt je op?

Moet je vaak iets van jezelf? Of wil je iets?

En zie je patronen?

Wil (!) je dit niet een hele dag bijhouden, kies er dan voor om het eens tijdens een overleg te doen.

Ook dan inzicht verzekerd!

&KOOT agenda

5 april 2017
Masterclass Formatief evalueren voor schoolleiders en bestuurders, Utrechts Centrum voor de Kunsten, Utrecht.
Meer info, klik hier.

10 april 2017
Aflevering 7 van de online videoserie Koot’s Kwesties: Huiswerk: iets onschuldigs of toch niet?
Een aflevering gemist? Klik dan hier.

17 april 2017
Aflevering 4 van de maandelijkse serie Schooljutten over onderwijs voor kids die nog geen 10 minuten kunnen stilzitten.
Een aflevering gemist? Klik dan hier.

19 april 2017
Masterclass co-creërend leidinggeven aan samenwerking, in het kader van het 5-jarig bestaan van de VO-Academie, in Artis Amsterdam.
Meer info, klik hier

Als jij in jouw netwerk leidinggevenden in het onderwijs hebt, dan is deze E-zine ook voor hen interessant. Voel je vrij om deze door te sturen. Via deze link kunnen zij zich abonneren op de E-zine. Als dank ontvangen zij direct mijn gratis e-boek 'Vijf tactieken voor schoolleiders om onderwijsverandering soepel te laten verlopen'.